Naar de homepage van deze sitebannernab.jpg (6218 bytes)

The making of Opera In Ahoy' 2000
La traviata

 

Up ]

The Making of Opera in Ahoy' 2002 - Il Trovatore

Over La Traviata
De vrouw die..
Synopsis
Over Verdi
Geluid en video
Links
Pers
Kaarten bestellen

De vrouw die La traviata was

In een van de drukste buurten van Parijs, niet ver van Place Pigalle, ligt het Cimetière Montmartre, een van de schilderachtige begraafplaatsen van de Franse hoofdstad en een ware oase van rust. Een wandeling langs de scheefgezakte stenen is een reis door het verleden waarbij bekende namen als die van de schrijver Stendhal, de componist Berlioz en andere kunstenaars, filosofen en historische personen de revue passeren. Een kleine verrassing wacht de bezoeker die vlak bij de ingang linksaf slaat en terechtkomt in de Avenue St. Charles.

Avenue St. Charles: een grootse naam voor een hobbelig paadje met een rij grafmonumenten uit de periode rond 1850. Het merendeel doet vervallen aan en daarom valt een betrekkelijk goed onderhouden tombe van wit en lichtgeel marmer extra op.

De ingebeitelde naam, Alphonsine Plessis, zal de argeloze wandelaar weinig zeggen, evenmin als het feit dat de eigenares deze in 1841 zelf veranderde in Marie Duplessis. Maar wel opvallend is dat op het graf van deze vrouw bijna anderhalve eeuw na haar dood op 3 februari 1847 nog bijna altijd bloemen liggen. Soms plastic bloemen, maar ook verse snijbloemen. En tien tegen één dat het witte camelia's zijn. Alphonsine Plessis, die al op 23-jarige leeftijd aan tuberculose overleed, was niemand minder dan de beroemdste courtisane of ‘demi-mondaine’ - de voorgangster van de moderne ‘escortdame’ - van de negentiende eeuw.

De dame met de camelia's

Dat Alphonsine Plessis anderhalve eeuw na haar dood nog steeds tot de verbeelding spreekt – en nu niet meer alleen tot die van mannen – dankt zij aan een van haar minnaars: Alexandre Dumas fils (1824-1895), zoon van de schrijver van De Drie Musketiers. Hij maakte haar al kort na haar dood onder de naam Marguerite Gaitier tot de hoofdfiguur van zijn eerste roman, La Dame aux camélias, waarop later het gelijknamige toneelstuk en de opera La traviata met de operaheldin Violetta zijn gebaseerd. Zij wàs De dame met de camelia's, zij wàs La traviata.

Hoe fascinerend Dumas zijn vroegere minnares ook als romanfiguur heeft beschreven en hoeveel authentieke elementen hij ook in zijn verhaal verwerkte, zijn boek blijft een roman, een verhaal waarvan een groot deel zonder meer verzonnen is. De ware levensgeschiedenis van Marie Duplessis is echter niet minder fascinerend, zoals blijkt uit andere, meer ‘historisch verantwoorde’ boeken die over haar zijn geschreven.

Een harde jeugd

Hoewel een deel van haar jeugd in nevelen gehuld is, weten we dat zij op 15 januari 1824 in het Normandische dorpje Nonant geboren werd als Rose Alphonsine Plessis, dochter van de koopman Marin Plessis en Marie Deshayes. Ze had geen gelukkige jeugd: haar vader was een aan drank verslaafde straatventer die uiteindelijk zo gewelddadig werd, dat haar moeder in het geheim een betrekking aannam als ‘linnenmeid’ bij een adellijke familie, die haar meenam naar het buitenland. Voor zij vertrok, bracht zij haar beide dochters, Alphonsine en de twee jaar ouderen Delphine, onder in een kloosterschool. Zij overleed echter kort daarop en vader Plessis haalde zijn dochters weer naar huis. Vanaf toen ging de tienjarige Alphonsine regelmatig met hem mee, als hij met zijn koopwaar door Normandië trok. En waarschijnlijk maakte zij enkele jaren later al zelf deel uit van de waren die haar vader zijn vaste klanten aanbood. Zo leerde zij al vroeg hoe zij haar lichamelijke schoonheid kon uitbuiten om in haar levensonderhoud te voorzien. Toen haar vader haar enkele jaren later meenam naar Parijs, beschikte ze al over een behoorlijke dosis levenservaring. Zij had ook een opvallende belangstelling voor luxueuze zachte stoffen en in Parijs vond zij een baantje op een mode-atelier. Daar raakte de inmiddels 15-jarige Alphonsine zeer gefascineerd van alles wat mooi, modieus en luxueus was.

Vrouw van de wereld

Wat in de jaren daarna gebeurde, kan alleen maar het grootste respect afdwingen voor een plattelandskind, dat was opgegroeid in een laag sociaal milieu onder armoedige omstandigheden. Toen Alexandre Dumas fils haar vijf jaar later, in september 1844, voor het eerst ontmoette, had dit dorpsmeisje zonder noemenswaardige geestelijke bagage zich een plaats veroverd in het centrum van het Parijse society-leven. Haar boerse dialect, dat voor de gemiddelde Parijzenaar vrijwel onverstaanbaar was, had zij verruild voor een vlekkeloos Frans zoals dat in de hogere kringen gesproken werd. En haar relaties met buitenlanders doen vermoeden dat zij ook het Engels redelijk beheerste. Haar met smaak ingerichte salon werd een trefpunt voor heren uit de betere kringen, waar gediscussieerd werd over een expositie, een nieuwe opera of een pas verschenen boek.

Als zij naar het theater ging was het in haar loge een komen en gaan van adel, gegoede burgerij en kunstenaars. Alphonsine, die zich inmiddels Marie Duplessis noemde, fungeerde daarbij als een natuurlijk middelpunt, charmant, gevat en met flair meepratend over zaken waarvan zij een paar jaar eerder niet eens wist dat ze bestonden. De heren die naar haar gunsten dongen, schonken haar veel meer dan geld en cadeaus: als een spons zoog zij hun omgangsvormen, hun kennis en vooral hun gevoel voor stijl en smaak op om die daarna met een volmaakte natuurlijkheid zelf ten toon te spreiden. Haar aangeboren gevoel voor verfijning en haar onbetwistbare intelligentie maakten haar tot een van de toonaangevende figuren in de 'demi-monde', het Parijse wereldje waarin deze ‘gezelschapsdames’ zo’n belangrijke rol speelden.

De Parijse 'demi-mondaine'

De 'demi-monde' in het toenmalige Parijs was beslist niet het mistige gebied, waarmee we het ‘rosse’ wereldje tegenwoordig associëren. Natuurlijk stonden de ‘demi-mondaines’ niet bij iedereen in aanzien, zeker niet bij getrouwde dames, maar hun activiteiten speelden zich zeker niet alleen in het schemerduister of achter gesloten deuren af. Hun ontvangsten werden druk bezocht en over het algemeen schaamde niemand zich om in het theater of bij een ontmoeting op straat te laten merken dat hij een van deze dames persoonlijk kende. Haar ‘kennen’ betekende dan ook niet meteen dat er sprake was geweest van intiem contact. In een wereld waarin buitenechtelijke verhoudingen schering en inslag waren, en waarin bijna iedere heer wel kon beschikken over een gewillig dienstmeisje, draaide het daar ook niet om.

Binnen de Parijse gezinsverhoudingen van die tijd was het de taak van de echtgenote om een toeziend oog te houden op het personeel, het huishouden en de opvoeding van de kinderen, maar verder moest zij vooral ‘niets doen’ en daarmee de materiële welstand van haar echtgenoot demonstreren. Terwijl zij weinig activiteiten kon ontplooien en een groot deel van haar tijd in huis of pratend met vriendinnen doorbracht, zocht de man buitenshuis het vertier. Hij wilde naast de brave huisvrouw met een beperkt gezichtsveld een ‘vrouw van de wereld’, die tegelijk vriendin en minnares kon zijn, die wist wat er in het leven – vooral het Parijse leven – te koop was, en die daar intelligent en geestig over kon discussiëren. Dat was waarin de ‘demi-mondaines’ voorzagen, en dat verklaart hun positie, maar ook dat 'gezelschapsdames' - in onze ogen toch prostituées - voldoende aanzien konden verwerven om na enige tijd een eerzaam huwelijk te sluiten met een van hun ‘beschermheren’.

Werkelijkheid minder romantisch

Na hun eerste ontmoeting groeide er een dusdanige relatie tussen Marie Duplessis en Alexandre Dumas (in het boek heet hij Armand Duval, in de opera Alfredo Germont), dat zij in de zomer van 1845 enige tijd hebben samengewoond. Het begin van Dumas’ verhaal (het eerste bedrijf van de opera) berust in grote lijnen op waarheid, maar de reden van hun scheiding was minder romantisch dan het boek. Uit een brief van 'A.D.' aan Marie blijkt dat financiële perikelen in augustus 1845 de breuk veroorzaakten. Marie vertrok daarop naar Londen, waar zij trouwde met de Vicomte de Perrégaux, die later voor haar het graf op Montmartre kocht. Dat Dumas zijn relatie met Marie Duplessis danig heeft geromantiseerd, is hem vergeven: voor Alphonsine betekende het verschijnen van zijn roman in 1848, een jaar na haar vroege dood, de eerste stap op weg naar onsterfelijkheid. De volgende was het gelijknamige toneelstuk in 1852, maar echt wereldberoemd werd zij, toen dat stuk de basis werd voor Verdi’s opera La traviata (De verdoolde).

Revolutionaire opera

Voor een 20ste-eeuws publiek is het moeilijk voor te stellen hoe revolutionair La traviata in 1853 geweest moet zijn. Wat voor moderne toeschouwers een ‘historische opera’ is als alle andere, was dat beslist niet voor Verdi’s tijdgenoten. Zij kenden eigentijdse decors en kostuums alleen van komische opera’s. Tegelijkertijd was het de eerste keer dat in een serieuze opera de hoofdrollen ‘gewone mensen’ waren in plaats van vorsten, adellijke personages of historische figuren. Veel theaters verplaatsten het verhaal dan ook naar de 18de eeuw, zelfs toen inmiddels ‘gewone mensen’ als hoofdpersonen in opera’s een normaal verschijnsel waren geworden.

Maar dat de titelheldin een ‘dame van lichte zeden’ was – ook al was zij een gecultiveerde ‘courtisane’ die in de hoogste kringen verkeerde – stuitte op minstens zoveel bezwaren en dat zou heel lang zo blijven. Toen Puccini rond de eeuwwisseling La bohème en Madama Butterfly schreef, waren de tijden aanzienlijk veranderd, maar ook toen leek het verstandig om niet al te duidelijk te laten uitkomen, dat de ‘midinette’ Mimì en de ‘geisha’ Cio-Cio-San in werkelijkheid gewoon het oudste beroep ter wereld uitoefenden.

Hart van goud

Natuurlijk wist de gemiddelde operabezoeker al die tijd wel degelijk wat voor vlees hij in de kuip had. De bijzondere achtergrond heeft zelfs aanzienlijk bijgedragen tot de populariteit van La traviata. Violetta Valéry alias Marguérite Gautier alias Marie Duplessis is uitgegroeid tot de verpersoonlijking van de ‘zondige vrouw met het hart van goud’, waardoor we nog meer met haar meeleven, dan we alleen op basis van Dumas’ boek, diens gelijknamige toneelstuk of Verdi’s muziek zouden doen. Deze fascinerende vrouw die zo jong gestorven is, spreekt nog altijd op een heel bijzondere manier tot onze verbeelding. Vandaar ook dat bosje bloemen dat na anderhalve eeuw nog regelmatig op haar graf op een Parijs’ kerkhof wordt neergelegd.

© Paul Korenhof

Deze tekst is afkomstig uit het programmaboek van Opera in Ahoy’ – La traviata

 

[ Laatste nieuws] [ Zoekpagina ] [Index] [ Gastenboek ] [ Prijsvraag ]

Laatst gewijzigd maandag 24 januari 2000 - Opmerkingen naar webmaster@tekstra.nl - © 1999/2000 Theo Tekstra - About